Archief | Nieuwsartikels

Verzekering voor huurdersaansprakelijkheid verplicht in Vlaanderen en Wallonië

Sinds 1 januari 2019 geldt een aanpassing van de regionale huurwetgevingen die in sommige  gevallen een verplichte verzekering voor huurder en/of verhuurder inhoudt. In Brussel en Wallonië is de huurwetgeving het voorbije jaar aangepast. In Vlaanderen is de wijziging voorzien voor 1 januari 2019. Wat verandert er op vlak van verzekeringen?

Vlaanderen

  • De huurder is verplicht om een huurdersaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten, ten minste met de waarborgen Brand en Waterschade.
  • De verhuurder is verplicht om een brandverzekering af te sluiten.

Voor meer info: www.vlaanderen.be

Brussel

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft ook specifieke regels vastgelegd voor de verhuur van woningen en huurovereenkomsten voor studenten en medehuurders. In tegenstelling tot Wallonië en Vlaanderen voorziet Brussel geen verplichte verzekering. Voor meer info: www.huisvesting.brussels

Wallonië

De huurder is verplicht om een huurdersaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Het bewijs daarvan moet hij bezorgen aan de verhuurder. De verhuurder kan een ‘afstand van verhaal’ aan zijn brandpolis laten toevoegen en de meerprijs daarvan doorrekenen aan de huurder als die geen bewijs van zijn verzekering bezorgt. Voor meer info: http://lampspw.wallonie.be/dgo4/site_logement/

Concreet

In Wallonië, en in Vlaanderen in principe vanaf 1 januari 2019, moeten huurders dus verplicht een huurdersaansprakelijkheidsverzekering afsluiten. Meestal voorzien eigenaars in de huurovereenkomst nu ook al de verplichting voor de huurder om een woningverzekering af te sluiten. Op die manier zijn eigenaars er zeker van dat eventuele schade aan het gehuurde pand gedekt zal zijn.

Het gebeurt ook regelmatig dat de huurder vrijgesteld wordt van die verplichting wanneer de eigenaar een clausule ‘afstand van verhaal’ opneemt in het contract. De huurder moet echter goed nakijken dat de clausule wel degelijk in de huurovereenkomst voorzien is. De verplichte verzekering voor verhuurders en/of huurders wijzigt dus niets aan de huidige manier van werken. In veel gevallen sluiten eigenaars (verhuurder of niet) en huurders immers een woningverzekering af.

Nog geen brandverzekering?

U bent huurder?  Met onze brandverzekering voldoet u niet alleen aan eventuele wettelijke verplichtingen als huurder, maar heeft u  ook een transparante en complete woningverzekering voor uw huurdersaansprakelijkheid en inboedel. Hij komt niet voor onaangename verrassingen te staan bij een schadegeval.

U bent eigenaar verhuurder? Met onze brandverzekering voldoet u niet alleen aan eventuele wettelijke verplichtingen als verhuurder, maar heeft u ook een transparante en complete woningverzekering en komt u niet voor onaangename verrassingen te staan bij een schadegeval.

 

Vraag hier uw offerte aan voor een brandverzekering

 

Lees het volledige bericht

Overschakelen naar het winteruur? Tips om veilig te fietsen in het donker.

De klok wordt dit weekend weer verzet, reden om je fiets aan de kant te zetten? Nee hoor, in het donker fietsen kan prima! Hier enkele tips.

  • Zorg voor uitmuntende verlichting in het donker, stel je fietslamp goed af zorg voor losse lampjes op je kleding
  • Neem reservebatterijen en/of een reservelampje mee
  • Geen donkere kleding of zorg reflecterende vest
  • Uiteraard is een helm een must voor de veiligheid
  • Kies je route slim, neem routes die je kent want de weg vinden is een stuk lastiger in het donker
  • Rustig aan in de bochten
  • Fiets zonder muziek, door muziek te beluisteren vermindert je alertheid in het verkeer
  • Gebruik geen smartphone tijdens het fietsen, maar neem die gerust mee voor in geval van nood

bron:

  • tekst website zijwielrent
  • http://www.lokalepolitie.be
Lees het volledige bericht

Verhoudingsgewijs steeds meer ongevallen met vluchtmisdrijf

Bij meer dan de helft van die ongevallen is een fietser of voetganger betrokken Verhoudingsgewijs is er bij steeds meer ongevallen waarbij iemand gewond raakt of  sterft sprake van vluchtmisdrijf. 10 jaar geleden waren 9% van alle letselongevallen ongevallen met vluchtmisdrijf. In 2017 ging het over 11% van alle ongevallen, zo blijkt uit een nieuwe statistische analyse van Vias institute op basis van cijfers van de FOD Economie.  Voetgangers en fietsers zijn oververtegenwoordigd in ongevallen met vluchtmisdrijf: ze zijn bij 1 op de 2 ongevallen betrokken. Om dit fenomeen te bestrijden zijn de straffen recent nog verhoogd.

1 ongeval met vluchtmisdrijf elke twee uur

Vorig jaar zijn ongeveer 4200 ongevallen met doden of gewonden gebeurd waarbij als verzwarende omstandigheid vluchtmisdrijf is gepleegd. Het gaat dus over bijna 1 ongeval elke 2 uur. Dat is een lichte daling ten opzichte van 10 jaar geleden (-5%). Maar in dezelfde periode is het totale aantal letselongevallen veel sterker gedaald (-22%). Vandaag gebeuren verhoudingsgewijs dus meer ongevallen met vluchtmisdrijf dan 10 jaar geleden. (11% ten opzichte van 9%). Het fenomeen zwakt dus niet af. Vooral in Brussel is de situatie zorgwekkend. Meer dan 15% van alle ongevallen gaan daar gepaard met vluchtmisdrijf (ten opzichte van 11% in Vlaanderen en 9% in Wallonië).

Fietsers en voetgangers in meer dan 1 op de 2 gevallen betrokken

Fietsers en voetgangers zijn in het algemeen betrokken in 24% en 12% van alle letselongevallen, maar in 34% en 23% van alle ongevallen met vluchtmisdrijf. Ze zijn dus oververtegenwoordigd in dit type ongevallen. Meer dan de helft (54%) van alle gestorven weggebruikers in een ongeval met vluchtmisdrijf zijn voetgangers en bijna 1 op de 5 (18%) is een fietser. 18% van de ongevallen met vluchtmisdrijf gebeurt ‘s nachts. In het algemeen gebeuren 13% van de letselongevallen ‘s nachts. Meer dan 8 op de 10 ongevallen met vluchtmisdrijf gebeuren dus overdag.

Vooral jonge mannen

Vias institute analyseerde het profiel van 850 bestuurders die door een rechter veroordeeld werden om een sensibiliseringscursus te volgen nadat ze betrokken waren in een ongeval met vluchtmisdrijf.
86% van hen waren mannen. Meer dan 50% hiervan was jonger dan 25 jaar op het moment dat ze vluchtmisdrijf pleegden. Bij 42% van de ongevallen was de bestuurder onder invloed van alcohol en/of drugs. 16% reed rond zonder geldig rijbewijs of verzekering. De meesten van hen waren jonge bestuurders die niet mochten rijden tijdens de weekendnachten of die te jong waren om hun rijbewijs te halen. Enkele oudere bestuurders waren al veroordeeld tot een verval van recht tot besturen na het plegen van andere misdrijven.

Welke factoren bevorderen vluchtmisdrijf?

De meeste mensen hebben genoeg zelfcontrole om met emoties van schaamte, angst en schuld om te gaan en proberen de situatie op te lossen door het slachtoffer te helpen en zo veel mogelijk de schade te beperken of te herstellen. Bij wie toch vluchtmisdrijf pleegt, spelen volgende factoren vaak een rol:

  • Alcohol of drugs, papieren niet in orde: Alcohol en drugs bemoeilijken het nemen van rationele beslissingen. Bestuurders hebben schrik om gestraft te worden. De kans om gepakt en strenger gestraft te worden voor het vluchtmisdrijf dan voor de oorspronkelijke reden van het ongeval, komt simpelweg niet in hem op.
  • Schrik voor hun imago: Sommige daders maken zich zorgen over hun imago en hun sociale positie. Gepakt worden als ze een zware overtreding hebben begaan, kan hun reputatie schaden. Ze willen koste wat het kost vermijden dat dit naar buiten komt.
  • Afwezigheid van moreel besef: Voor een kleine groep van daders is het niet de angst die hen aanzet om de vlucht te nemen, maar eerder een totaal gebrek aan moreel besef. Die mensen kunnen in twee groepen verdeeld worden: de ‘gokkers’ en de ‘egoïsten’. De ‘gokkers’ houden ervan om risico’s te nemen. Vluchtmisdrijf plegen is in die zin voor hun een uitdaging. De ‘egoïsten’ zijn meer rationeel en houden simpelweg geen rekening met anderen. Ze hanteren hun eigen regels en ze zijn ervan overtuigd dat het ongeval te wijten is aan het slachtoffer.

De straffen

Sinds 15 februari zijn de straffen voor vluchtmisdrijf verstrengd. Er is nu een verschil tussen ongevallen met gewonden en ongevallen met doden. In het eerste geval wordt de schuldige bestraft met een gevangenisstraf van 15 dagen tot 3 jaar en/of een boete van 3200 euro tot 40.000 euro, en een verval van recht tot sturen van 3 maanden tot 5 jaar of zelfs definitief. Als een ongeval de dood tot gevolg heeft, kan de gevangenisstraf tot 4 jaar gaan. Om terug te mogen rijden, moet de veroordeelde theoretische, praktische en psychologische proeven afleggen.

Conclusie

Zwaardere straffen voor vluchtmisdrijf zijn logisch, maar we mogen niet te optimistisch zijn over hun ontradend effect. De pakkans heeft een grotere impact. Rijden onder invloed van alcohol en rijden zonder verzekering zijn omstandigheden die vaak leiden tot vluchtmisdrijf. Door de inspanningen op te drijven om tegen deze inbreuken op te treden, wordt ook de strijd tegen vluchtmisdrijf opgedreven.

Daarnaast moet de verkeersopvoeding zich niet enkel focussen op de verkeersregels en het begrijpen van verkeerssituaties. Ook de morele codes, zoals ‘burgerzin’ en het respect voor de anderen moet aan bod komen. Beseffen dat een ongeval veel leed veroorzaakt aan de slachtoffers en dat die willen weten wat er werkelijk is gebeurd, kan een enorme impact hebben.

 

bron https://www.vias.be
Contactpersoon Stef Willems, woordvoerder Vias institute

Lees het volledige bericht

POZ, de nieuwe pensioenovereenkomst voor zelfstandigen

Vanaf juli 2018 kunnen zelfstandige cliënten zonder vennootschap hun aanvullend pensioen volledig optimaliseren dankzij de Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen. De POZ werd al een paar keer door de regering aangekondigd, maar vanaf 30 maart 2018 een feit: een zelfstandige zal vanaf 30 juni een POZ kunnen onderschrijven.

Daarbij zullen ook de waarborgen Gewaarborgd Inkomen en Premieteruggave in eenzelfde contract kunnen onderschreven worden.

Waarom een POZ ?

De POZ is het ontbrekende stukje (aanvullend) tweedepijlerpensioen in de pensioenpuzzel voor zelfstandigen zonder vennootschap. Terwijl de zelfstandige bedrijfsleider met vennootschap al verscheidene jaren de Individuele Pensioentoezegging als oplossing heeft, bestond voor de zelfstandige zonder vennootschap deze mogelijkheid of een alternatief tot voor kort niet. De POZ komt hieraan tegemoet.

Bent u een zelfstandige zonder vennootschap (eenmanszaken), dan kan u best eerst een VAPZ onderschrijven. Het VAP blijft voor elke zelfstandige de eerste keuze gelet op de hoge fiscale en sociale recuperatie en de 0% premietaks. Heeft u daarnaast nog financiële ruimte en laat de 80%-berekening dit toe, dan kunt u voortaan ook de POZ onderschrijven. Uiteraard blijven ook de derdepijler-pensioenen (pensioensparen en langetermijnsparen) een uitstekende keuze voor uw aanvullende pensioenopbouw. Voor deze producten speelt de 80%-beperking overigens niet.

De POZ in een notendop:

Fiscaal voordelig: Als u voldoet aan de voorwaarden voor belastingvermindering, waaronder de 80 %-regel, genieten uw gestorte premies 30 % vermindering in de personenbelasting (te verhogen met de gemeentebelasting). 

Pensioenopbouw en aanvullende waarborgen: Met de POZ aanvullende verzekering kan de zelfstandige zonder vennootschap een aanvullend pensioen opbouwen in combinatie met aanvullende waarborgen:

  • Pensioenopbouw: keuze tussen tak 21, tak 23 of een combinatie van beide
  • Aanvullende waarborgen:
    • Aanvullend kapitaal overlijden of minimum kapitaal overlijden
    • Overlijden door ongeval
    • Gewaarborgd inkomen: rente in geval van arbeidsongeschiktheid
    • Premieteruggave in geval van arbeidsongeschiktheid

 

Voor meer informatie rond de POZ en de aangepaste 80%-regel kunt u steeds terecht bij ons terecht! Bel 053/63.01.08 of stuur een e-mail  

Lees het volledige bericht

vanaf 20 mei 2018: De oldtimers regelmatig naar de periodieke keuring

Oldtimers zijn vóór de (her)inschrijving onder een O-kentekenplaat aan een technische keuring onderworpen. Vanaf 20 mei 2018 zijn oldtimers ook aan een periodieke keuring onderworpen.

Periodieke keuring

Er zijn drie mogelijke situaties, al naargelang de leeftijd van het voertuig:

  1. Voertuigen vanaf 25 jaar en jonger dan 30 jaar: oldtimerkeuring met een normale periodiciteit.
  2. Voertuigen vanaf 30 jaar tot en met 50 jaar: oldtimerkeuring met een periodiciteit van 2 jaar.
  3. Voertuigen ouder dan 50 jaar: oldtimerkeuring met een periodiciteit van 5 jaar.

Gebruik van oldtimers

De gebruiksbeperkingen voor oldtimers zoals bepaald in het KB van 15.03.1968 blijven behouden. De voertuigen ingeschreven onder ‘O’-plaat mogen niet gebruikt worden voor de volgende doeleinden:

  • commercieel en professioneel gebruik,
  • woon-werkverkeer en woon-schoolverkeer,
  • bezoldigd vervoer en met bezoldigd vervoer van personen gelijkgesteld gratis vervoer,
  • gebruik als werktuig of werkmiddel, alsook voor interventieopdrachten.

Bij de voertuigen met rupsbanden wordt het gebruik beperkt tot :

  • oldtimermanifestaties,
  • proefritten binnen een straal van 3 km vanaf de stallingplaats van het voertuig.

Overgangsmaatregelen

Uw voertuig werd vóór 20 mei 2018 ingeschreven onder ‘O’-plaat. Wanneer moet u zich aanbieden voor de periodieke oldtimerkeuring? Er werd een overgangsperiode ingevoerd voor de voertuigen die op dit ogenblik reeds ingeschreven zijn onder een O-kentekenplaat, met uitzondering van voertuigen voor traag vervoer en voertuigen uitgerust met rupsbanden. Deze voertuigen zijn op dit moment niet onderworpen aan de periodieke technische keuring.

Groep  1 – Voertuigen onder O-plaat vanaf 25 jaar en jonger dan 30 jaar De voertuigen onder O-plaat die minder dan dertig jaar geleden in verkeer zijn gesteld, met uitzondering van voertuigen voor traag vervoer, worden voor de dag in 2019 waarop ze respectievelijk zesentwintig, zevenentwintig, achtentwintig of negenentwintig jaar geleden in verkeer zijn gesteld, aangeboden voor periodieke keuring.

Groep 2 – Voertuigen onder O-plaat vanaf 30 jaar De voertuigen onder O-plaat die ten minste dertig jaar geleden in verkeer zijn gesteld, met uitzondering van voertuigen voor traag vervoer, worden voor de dag in 2020 waarop ze dertig jaar of meer geleden in verkeer zijn gesteld, aangeboden voor periodieke keuring.

 

– De referentiedatum op het keuringsbewijs zal de dag en maand zijn van de datum eerste inverkeerstelling (zie kentekenbewijs “datum eerste inschrijving”). Voertuigen kunnen vanaf 2 maand voor de referentiedatum aangeboden worden voor periodieke keuring met behoud van deze referentiedatum.

– Bij vroeger aanbieden (méér dan 2 maand voor de referentiedatum) wordt de referentiedatum vervroegd naar deze datum waarop het voertuig werd aangeboden.

– Later aanbieden heeft geen wijziging van de periodiciteit tot gevolg: de geldigheidsperiode van het keuringsbewijs begint dus ook te lopen vanaf dag/maand eerste inverkeerstelling. Later aanbieden heeft een toeslag laattijdige keuring tot gevolg. Het niet ontvangen van oproeping voor keuring is geen aanleiding om deze toeslag laattijdige keuring terug te vorderen.

– Indien u geen oproeping voor keuring heeft ontvangen, kan u dit melden via www.mow-contact.be. Op die manier kan de oorzaak nagegaan worden, zodat u in de toekomst wel een oproeping kan ontvangen.

– Voor voertuigen die ná 20/05/2018 voor het eerst worden (her)ingeschreven onder O-plaat wordt de datum van keuring als referentiedatum genomen voor de periodieke keuring.

 

Bron http://www.goca.be V

oor bijkomende vragen: www.mow-contact.be

Voor vragen over de verkeersbelasting voor oldtimers: www.belastingen.vlaanderen.be/oldtimer of www.belastingen.vlaanderen.be/contact

Lees het volledige bericht



053/ 63.01.08 verzekeringen@dhauwers.com